Over Padel

Padel is kort gezegd een mix tussen tennis en squash. Het ontstond in 1969, in de Mexicaanse stad Acapulco. Enrique Corcuera, een rijke Mexicaanse zakenman, veranderde de tennisregels, de tennisrackets en de baanafmetingen en bedacht hiermee een nieuwe sport: padel.

Aanvankelijk werd het alleen gespeeld door de Mexicaanse elite. Er werden dan ook flinke weddenschappen afgesloten tussen de rijke spelers. Er is tegenwoordig zelfs een online gokkast vernoemd naar dit prachtige spel. Via het Spaanse koningshuis belandde padel in Spanje, waar het al snel razend populair werd. Tegenwoordig spelen meer dan 5 miljoen mensen padel in 18 landen. En dit aantal blijft maar groeien. Recentelijk werd padel door onafhankelijke ondernemers geïntroduceerd in Nederland, Zweden, Noorwegen, Engeland, Zwitserland, Oostenrijk, Canada en de Verenigde Staten. Het is een van de snelst groeiende sporten ter wereld. In Nederland werd padel in 2006 geïntroduceerd door Guus Hiddink.

Eerste Padelbaan

Je speelt padel twee tegen twee, met rackets van grafiet zonder snaren. En met een padelbal die veel lijkt op een tennisbal. De bal verdwijnt zelden of nooit uit het speelveld doordat een padelbaan wordt omringd door een kooiachtige constructie met glazen wanden aan de baseline kanten.

Eenvoudig te leren & geschikt voor jong en oud

Het scoreverloop is hetzelfde als bij tennis en veel spelregels zijn vergelijkbaar. Maar er zijn ook grote verschillen: de omringde baan, het makkelijk hanteerbare racket en de verplichte onderhandse opslag zorgen ervoor dat padel eenvoudig te leren is. Beginnende spelers kunnen al snel een leuke partij met veel rallies spelen, want de bal blijft doorgaans langer in het spel dan bij tennis en squash. Omdat het spel fysiek minder zwaar is dan squash is het bovendien geschikt voor jong en oud.

Grote toernooien

Padel wordt internationaal gereguleerd door de International Padel Federation, waarbij 18 nationale padelfederaties zijn ingeschreven. Iedere twee jaar vinden wereldkampioenschappen padel voor vrouwen en mannen plaats. Andere grote padeltoernooien, die ook tienduizenden toeschouwers trekken, zijn: de Europacup, de Padel Pro Tour (in Spanje en Argentinië) en de Mercosur Cup en de Tri-Nations Cup in Latijns-Amerika.

Regels

Deze korte regels zijn bedoeld als basis.

Algemeen

Padel wordt bijna altijd in dubbels gespeeld.

Scoreverloop

Het scoreverloop bij padel is hetzelfde als bij tennis, namelijk 15, 30, 40 en game, met deuce bij 40-40. Dan moeten twee opeenvolgende punten worden gescoord om de game te winnen. Padelwedstrijden zijn meestal “best-of-three”, oftewel tot twee gewonnen sets, waarbij een set gewonnen wordt door het team dat als eerste zes games wint met twee games verschil. Bij 6-6 wordt een tie-break gespeeld, die gaat tot zeven gewonnen punten met twee punten verschil.

Opslag

De opslag moet onderhands. De eerste opslag wordt vanaf de rechterkant geslagen en wordt daarna afwisselend van links en rechts geslagen. Men laat de bal eenmaal stuiteren achter de servicelijn (die het servicevak van 7x5m begrensd), tussen de middellijn en de zijwand. Bij de opslag geldt dat men de bal onder of ter hoogte van zijn of haar middel moet raken. De opslag moet zonder het net te raken direct in het diagonaal gelegen servicevak van de tegenstander stuiteren. De bal mag daarna de wand raken, maar niet het hekwerk (foutservice). De ontvanger kan kiezen om de bal terug te spelen voordat of nadat de bal de wand heeft geraakt. Zodra de bal correct in het servicevak heeft gestuiterd en correct is geretourneerd, komen beide speelhelften van 10x10m in het spel. Als de bal bij een eerste of tweede service het net toucheert en daarna in het correcte servicevak landt, wordt de opslag overgespeeld.

Spelverloop

Tijdens rallies mag de bal slechts eenmaal het speelveld raken. Een speler mag kiezen om de bal te laten stuiteren of hem te volleren. Als de bal stuitert moet dat gebeuren zonder eerst een wand of het hekwerk te raken, anders is het een fout. Nadat de bal heeft gestuiterd mag hij de wand of het hekwerk een of meerdere keren raken voordat hij teruggespeeld wordt. De ontvanger mag de bal direct in het speelveld van de tegenstander terugslaan, of hij kan de bal via de achter- of zijwanden terugspelen. Als de bal het hekwerk raakt voordat hij over het net komt is het een fout. Als de bal via het speelveld over de wand (4 meter) of hekwerk (3 meter) wordt geslagen is het normaliter een punt; soms is er een regel die het spelers toelaat de bal van buiten de baan terug te spelen.

Het spel gaat door met deze regels, totdat de bal tweemaal op het speelveld stuitert of een speler op een andere manier de regels overtreedt.